BRIEF UIT MADRID. ‘LAND VAN DIEVEN’

Brief uit Madrid: ‘Land van dieven’ worstelt met corruptie.

Een gebrekkig gerechterlijk systeem en de erfenis van het fascisme kwellen nog steeds de Spaanse politieke partijen.

MADRID – De stank van corruptie hangt aan de Spaanse politiek- en vooral aan de regerende Partido Popular van Mariano Rajoy.

Tussen Juli 2015 en September 2016 hebben 1,378 ambtenaren of politici van over het hele spectrum voor de rechter gestaan op aanklacht van corruptie, volgens de Algemene Raad voor de Rechtsspraak.

De PP probeert wanhopig om haar lange lijst schandalen uit de politieke agenda de houden. Maar met de liberale Ciudadanos partij vlak op haar hielen in de polls en terwijl er bijna geen dag voorbij gaat zonder high-profile gevallen in de hoofdlijnen, is de partij gedwongen om haar positie te verschuiven. Waar men eerst volhield dat aantijgingen ofwel ongegrond, ofwel politiek gemotiveerd waren, bekent de PP van Rajoy nu dat er een probleem is geweest.

Er is echter een specifieke zaak, in een land dat frequent geplaagd wordt door schandalen, die een nieuw licht beloofde te werpen op de twijfelachtige handel en wandel van de regeringspartij. Toch hebben weinigen voorzien dat een sleutelverdachte in deze zaak zo openhartig zou toegeven, verkeerd te hebben gehandeld.

Ricardo Costa, voormalig secretaris van de PP in Valencia, verscheen in Januari voor het Spaanse Hooggerechtshof. Hij werd ervan beschuldigd een enorm netwerk aan steekpenningen in de vorm van contracten in de regio te hebben helpen leiden tijdens het decennium van economische groei.

“Het is waar dat de PP haar campagne van 2007 met zwart geld heeft gefinancieerd,”

zei hij op een bepaald moment. “Ik heb dat niet aangegeven en ben bereid daar verwantwoording over af te leggen. Ik erken de aanklachten en ik bied mij verontschuldigingen aan.”

Costa, die tot 8 haar gevangenisstraf boven het hoofd zou kunnen hangen mocht hij schuldig worden verklaard, vervolgde zijn verhaal met het beschuldigen van zijn vormalige chef, Francisco Camps, voor het toezicht houden op de smeergeld intrige. Camps is in 2011 afgetreden temidden van hetzelfde soort aantijgingen, ook al was hij door de rechter vrij gesproken.

In de naasleep van Costa’s mea culpa bij de rechtbank, heeft de woordvoerder van de PP, Rafael Hernando, de situatie beschreven als “een schande, en ik bied mijn verontschuldigingen aan die mensen die ter goeder trouw op de PP hebben gestemd.”

“De winter van 2018 blijkt een bijzonder koude te worden voor de PP in de rechtbanken,” schreeft de krant El País, volgens welke de partij van Rajoy op het moment doelwit is van 50 onderzoeken naar vermeende corruptie praktijken.

De PP (die heeft geweigerd om voor dit artikel commentaar te geven op de zaak) is niet de enige die aangetast is.

Andere opvallende zaken betreffen leden van de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) en het Catalaanse nationalischtische Convergència Democràtica de Catalunya. Allemaal wijzen ze in een wijder perspectief op de ontoegevendheid van de corruptie in de Spaanse politiek.

De index voor perceptie van corruptie van Transparency International stelt Spanje op een 42ste plaats, lager dan Portugal, Costa Rica en Botswana. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat de Spanjaarden corruptie als hun tweede grootste nationale probleem zien, na werkloosheid, en ze vragen zich vaak af waarom hun politieke klasse zo vatbaar is voor misbruik van macht.

Voor sommigen, zoals de oudgediende communistische leider Julio Anguita, is het antwoord verblindend simpel.

“Dit is een land van dieven en haar rechterlijk systeem werkt niet,” zei hij in 2009.

Maar terwijl de zwakke punten in de rechterlijke macht het fenomeen helpen verklaren, kijken anderen naar de geschiedenis en de cultuur om de vervuilde Spaanse politiek te begrijpen.

Politieke partijen als ‘maffia’s’

Veel van de misstanden in het hedendaagse Spanje hebben hun wortels in de dictatuur van Francisco Franco, 1936-1975. In tegenstelling tot wat een wijdverspreide mythe vertelt, was het bewind van Franco diep corrupt. De dictator verrijkte zichzelf en stelde wat zijn biograaf Paul Preston een “geinstitutionaliseerde plundering” noemde in.

“In lande die uit fascisme zijn gerezen, of het nu Spanje is of in Latijns Amerika, hebben we de corrupte structuren van dat fascisme geërfd,” zei de Argentijnse satiricus Darío Adanti. “En wanneer de democracie eindelijk komt is het niet makkelijk om deze te ontmantelen- integendeel, dan groeit de democracy bovenop die fundering.”

Adanti en een groep van zijn collega’s hebben de verontwaardiging van de Spanjaarden over het wangedrag van hun vertegenwoordigers gekanaliseerd in de risqué comedy van het blad Mongolia. (De omslag van de Februari uitgave beeldde Francisco Camps af met een gephotoshopte Hitlersnor en de bannier hoofdlijn “Mein Camps”)

De jaren na de dictator waren een sleutelperiode voor Spanje wat befreft haar verhouding tot omkoperij, zei Edu Galán, een mederedacteur van Mongolia. De modernisering in hoge snelheid van die tijd en de toetreding van het land tot de Europese Unie in 1986 waren volgens hem zowel een zegen als een vloek.

“Zo’n gigantische hoeveelheid geld te managen in zo’n jonge democratie is erg moeilijk, tenzij je de methodes aanhoudt die je tijdens de dictatuur hebt geleerd,” aldus Galán.

Tegen 1990 was de toen regerende PSOE ondergedompeld in schandalen, waarbij Vicepresident Alfonso Guerra uiteindelijk aftrad vanwege het wangedrag van zijn broer Juan, in de eerste van meerdere affaires die de Socialistische regering zouden bezoedelen.

Een recent onderzoek heeft aan het licht gebracht in hoeverre de PSOE ambtenaren hun macht in de regio Andalusie, waar de partij sinds de terugkeer naar de democratie zonder onderbreking heeft geregeerd, hebben uitgebuit. Twee vormalige regiopresidenten, Manuel Chavez en José Antonio Griñán, staan op dit moment terecht omdat ze zouden hebben deelgenomen aan een oplichterij die frauduleuze vervroegde pensioen pakketten inhield, subsidies aan bedrijven en commissies voor een bedrag van €136 miljoen.

De vlampunten van corruptie in Spanje laten een patroon zien:

regio’s waar de macht in een politieke partij is geconcentreerd zijn bijzonder vatbaar voor omkoperij.

Jaime Muñóz, de auteur of een geschiedenis van de Spaanse corruptie, La España corrupta, merkt op dat in Andalusië “de PSOE de enige instelling is die meer gebouwen per stad heeft dan de Catholieke Kerk.”

Intussen horen de regio’s Madrid en Valencia bij de electorale bolwerken van de PP, en zij beide regio’s nu onlosmakelijk verbonden met smeergeld schandalen.

Corruptie gebeurt “omdat er een bijna onbeperkte macht is op plaatsen waar [partijen] lange tijd hebben geregeerd zonder dat iemand tegenwicht bood,” zegt Joan Coscubiela, een vormaling woordvoerder voor het linkse Catalonia Ja We Kunnen (CSQP) partij.

Onder dergelijke omstandigheden “worden politieke partijen een soort maffia’s, ze hebben de macht,” aldus Muñoz. “Mensen klagen niet over de slechte dingen die ze doen. [In die context] worden de PP, de PSOE of Convergència alleen maar machtshebbers, in plaats van politieke partijen.

Dit is ook het geval in Catalonië,

waar de dominante partij sinds de overgang naar de democratie Convergència is geweest, een vorige incarnatie van de Catalaanse Europese Democratische Partij (PDeCAT) van Carles Puigdemont.

In 2014 werd de partij opgeschrikt door het schandaal nadat haar oprichter en voormalig leider Jordi Pujol– de peetvader van het moderne Catalaanse nationalisme- bekende dat hij een fortuin had verstopt in belastingparadijzen buiten Spanje. In Januari werd de vormalige penningmeester van de partij, Daniel Osàcar, gevangen gezet voor zijn rol in een intrige die de luxueuze Palau de la Música in Barcelona gebruikte als front voor €35 miljoen aan vervalste boekhouding. In totaal €6,6 miljoen aan onwettige commissies werden doorgesluisd naar de schatkist van Convergència.

“Alles was voor… de partij,” zei Emilio Sánchez Ulled, de openbare aanklager, in zijn resumé van de zaak. “Dat is niet slechts een metafoor, het is een manier van denken, en dat is het verdrietigste aan dit alles.”

Democratisch tekort

Ondanks de enorme hoeveelheid van deze gevallen in recente jaren, zijn er mensen die denken dat de tijd van straffeloosheid op zijn eind loopt.

In het bijzonder drie rechtszaken tegen de voormalige minister van Economie van de PP, Rodrigo Rato, worden gezien als mijlpalen. Rato, die ook al als directeur van de IMF en voorzitter van de geldschieter Bankia heeft gefungeerd, is op dit moment in beroep tegen een gevangenisstraf van vier en half jaar vanwege zijn rol in het uitdelen van ongeregistreerde creditcards aan de bestuurslieden van de bank, hemzelf inclussief. Deze zijn gebruikt om miljoenen uit te geven aan privékosten.

Rato staan ook rechtzaken te wachten voor twee andere zaken, waarin hij beschuldigd wordt van frauduleuze praktijken tijdens zijn periode als voorzitter van de bank.

Het was een kleine groep online activisten,

ontstaan uit de Spaanse Indignados beweging, die Rato eerst voor de rechter bracht. Ze noemden zichzelf 15MaRato en hebben een anonieme online brievenbus opgezet voor klokkenluiders. Daarna hebben ze de inhoud ervan gebruikt om de voormalige politicus en financier te beschuldigen.

Simona Levi, een Italiaanse artieste die bij de groep hoort, heeft het afrekening met Rato beschreven als “hun grootste kunstwerk”.

Levi is er van overtuigd dat de Spaanse politieke partijen en hun samenspanning met banken en andere vermeende apolitieke instellingen, samen met zwakke openbare aanklagers, de kern van het corruptieprobleem van het land vormen. Maar ze wijst ook op een meer culturele factor, en wijst er op dat de naties aan de Zuidelijke rand van Europa bijzonder kwetsbaar zijn vanwege hun onervaren of breekbare democratische traditie.

“Corruptie is een extractief systeem, net als het grootgrondbezit of slavernij. Er is een georganiseerde groep die geld vergaart,” aldus Levi.

“Een democratie is niet de beste omgeving voor die mensen om in te opereren, omdat het transparantie eist, en een aantal zaken die hen niet goed uit komen,” voegde ze toe. “Griekenland, Italië, Spanje, Portugal- al deze zijn landen met een gigantisch democratisch tekort.”

In Spanje draagt het rechtssysteem bij aan dat gebrek. Een enquète van Eurobaromenter liet vorig jaar zien dat Spanjaarden minder vertrouwen hebben in de onafhankelijkheid van hun rechterlijke macht dan welke dan ook van hun EU buurlanden, afgezien van Hongarije en Polen. Vorig jaar is Manuel Moix, die kort daarvoor was aangesteld als hoofd van de anti corruptie openbaare aanklagers, afgetreden nadat de Panama Papers onthulden dat hij verborgen activa had in een offshore bedrijf.

Maar er is ook een gevoel dat de media hebben gefaald in het streng genoeg te controleren van politici en bedrijven.

Dalingen in inkomsten in het laatste decennium hebben kranten gedwongen tot massa ontslagen, wat de onderzoeksjournalistiek heeft gekortwiekt. Bovendien, hebben media conglomeraten tijdens de economische groei van het land zich tot andere sectoren uitgebreid, inclussief uitgeverijen, makelaardij en kabel televisie. Daardoor zijn ze steeds voorzichtiger geworden met hun berichten over die takken van nijverheid of de machten die achter hen staan.

Santander, Caixabank en HSBC horen nu bij de aandelhouders van Prisa, het conglomeraat dat El País publiceert. Nog een andere belangrijge media groep, Mediaset, wordt gecontroleerd door Finivest, van de Berlusconi familie.

“Hoe kan een krant een corruptiezaak [van een bank] dekken wanneer die bank aandelen heeft in diezelfde krant?”

Aldus Adanti. “De mainstream media opereren niet meer als de vierde macht van de staat.”

In 2014 beweerde de vertrekkende hoofdredacteur van El Mundo, Pedro J. Ramírez, dat Rajoy de eigenaars van de krant onder druk had gezet om hem te ontslaan vanwege de explossieve aantijgingen die hij had gepubliceerd tegen voormalig penningmeester van de PP Luis Bárcenas.

Een van de paradoxen van het recente tijdperk van schande in Spanje is dat het relatief weinig voorkomt dat staatsambtenaren aftreden, en in veel gevallen hebben de stemmers hun leiders niet bestraft. Ondanks een rij schandalen heeft de PP in 2016 genoeg zetels gewonnen om een nieuwe regering te vormen. Het is geen wonder, aldus Jaime Muñoz, dat politici “dezelfde straffeloosheid ervaren die de politici uit het Franco tijdperk voelden.”

“We dwingen onze leiders er niet toe om ons te vertegenwoordigen, we volgen ze alleen maar,” zei hij ook. “Te veel mensen in Spanje denken dat democratie alleen gaat om het elke vier jaar te gaan stemmen, maar niet om degenen die aan de macht zijn ter verantwoording te roepen.”

Guy Hedgecoe is een in Madrid gebaseerde journalist en de auteur van Freezing Franco: The Battle for Spain’s Memory (2015).

Foto: AFP via Getty Images | Philippe Marcou. Spanje is gekweld door corruptie scandalen, die terug gaan tot het Franco bewind.

Oorspronkelijke bron (Politico. 03/07/2018)

Facebooktwittergoogle_plusredditlinkedintumblr

Share this Post

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>
*
*